Het zwarte schaap van de familie: Carel Meijer (1809-1861)

Op 18 juli 1861 wordt in Haskerland een overlijden ingeschreven op basis van het ‘­­­in der tijd door de heer burgemeester, ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente Norg, provincie Drenthe, toegezonden extract’ uit het overlijdensregister. Hieruit blijkt dat al een half jaar eerder, op 28 januari 1861 om een uur ’s nachts in het Derde gesticht te Veenhuizen is gestorven Carel Meijer, ongehuwd, van beroep kolonist, geboren te Joure, zoon van Johannes Carel Meijer en Ise Arends Evers, beiden overleden, wonende of gewoond hebbende te Joure, oud 51 jaar.

Wie is deze afgedwaalde oud-inwoner van Joure en hoe kwam hij ertoe het ‘beroep’ van kolonist te omarmen? Carel heeft een gunstige start in het leven. Hij wordt op 26 oktober 1809 geboren als het tweede kind uit een gezin van in totaal tien kinde­ren. Zijn vader heeft in de vlek Joure een praktijk als genees- heel- en vroed­mees­ter, gecom­bi­neerd met een apotheek. Zijn moeder, die niet ‘Ise Arends Evers’ maar Ytje Arend Evertsz heet, is de dochter van een rijke koopman aldaar, die in de Franse tijd maire en later vrederechter was.

Als de vader in 1827 komt te overlijden, is het voor moeder Ytje zwaar om het hoofd boven water te houden. Haar welgestelde familie zal ongetwijfeld bijge­sprongen zijn, of is er misschien toch sprake van een verstoorde familieband? Ytje moet op zoek naar een andere woning en trekt met haar gezin in bij de bejaarde dorpsonderwijzer Laurens Hornstra. Ze probeert ondertussen de kost te verdienen als koopvrouw en ‘winkeliersche’ en drijft wat wij nu een stof­fen­­zaak annex fourniturenwinkel zou­den noemen. Vanaf 1830 loopt de winkel al niet goed, want geregeld komen we in het Notarieel archief protesten tegen van schuldeisers die niets uitbetaald krijgen. Uiteindelijk besluit Ytje Meijer in 1839 tot de verkoop van de complete winkel­inventaris1. Haar oudste vier zoons, onder wie Carel, hebben het huis dan al verlaten2

Als Ytje in 1853 komt te overlijden, blijkt dat er problemen zijn met sommige kinderen. De dochters uit het gezin hebben keurige en goede huwelijken gesloten. Ook de tweede zoon, Evert Meijer, is goed terechtgekomen als notaris met hulp van zijn oom Wybren Arend Evertsz, eveneens notaris. Maar de broers Arendt, Anne en Wybren verblijven ergens in het buitenland. Ik ben er nog niet in geslaagd te achterhalen wanneer en waar ze naar toe gegaan zijn. Arendt keert in 1862 terug en wordt in november van dat jaar, ongehuwd en zonder beroep, opgenomen in het armhuis van Joure, waar hij vier jaar later op 54-jarige leeftijd komt te overlijden. Ik vermoed dat hij mogelijk geestelijk of lichamelijk niet gezond was. Blijkbaar kon hij niet aan een baan of inkomen geholpen worden.

De oudste zoon Carel loopt er in dit gezin helemaal uit. Waar hij tussen 1827 en 1852 is geweest, weet ik niet. Begin 1852 duikt hij voor het eerst op, wanneer hij in Veenhuizen wordt ingeschreven na een veroordeling door de rechtbank Assen. Samen met de 22-jarige Johannes Noordbergen, afkomstig uit Groningen, heeft hij zich schuldig gemaakt aan ‘bedelarij in verbinding’. Als domicilie van onderstand wordt zijn geboorteplaats Joure vermeld; blijkbaar moet de gemeente Haskerland hem onderhouden. In Veenhuizen moesten de gestraften uiteraard arbeid verrich­ten. In Carel Meijers geval is dat een wat leuker baantje geweest. In de Memorie van Successie, opgemaakt na het overlijden van zijn moeder Ytje Evertsz in 1853 wordt Carel vermeld als apothekersassistent, werkzaam te Veenhuizen3.

Na zijn vrijlating is het in de zomer van 1856 weer raak: voor de rechtbank van Assen bekent Carel Meijer dat hij om een aalmoes heeft gevraagd en opnieuw wordt hij vanwege bedelarij veroordeeld tot een verblijf in Veenhuizen. Ditmaal wordt zijn beroep vermeld als ‘arbeider’.

Tot een vrijlating komt het niet meer, in de januarimaand van 1861 komt Carel Meijer te overlijden en wordt hij bij het Gesticht in Veenhuizen ter aarde besteld in een anoniem graf tussen de vele veroordeelden die hem zijn voorgegaan.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in 11 en 30. Mededelingenblad Nederlandse Genealogische Vereniging afd. Friesland, nr 82 jg. 21 nr. 2 (2016) 66-67.

 

  1. Tresoar, Toegang 26 inv.nr. 68.018 rep.nr. 81.

  2. Volkstelling Joure 1829 via www.hisgis.nl.

  3. Zie over de apotheek van Veenhuizen de dissertatie van H.G. Roelfsema-van der Wissel, Gezondheidzorg in de Maatschappij van Weldadigheid (2006), 44-47, http://www.rug.nl/research/portal/files/14570970/thesis.pdf.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.